AMSTERDAM – Net als bijna iedereen in de voetbalwereld is ook Johan Cruijff bijzonder te spreken over de beste club ter wereld, het FC Barcelona anno 2011. Het boegbeeld van de Catalaanse topclub wilde vanavond bij DWDD echter geen antwoord geven op de vraag of het Barcelona van Josep Guardiola het beste team aller tijden is.

Een vergelijking met, bijvoorbeeld de roemruchte wereldkampioen Brazilië van 1970, met spelers als Pelé, Carlos Alberto, Brito en Gérson, vindt Cruijff te veel appels met peren vergelijken.

,,De klasse van dit team is wel dat ze de bal binnen twee, drie balcontacten van de tegenstander alweer terúg hebben. Dat imponeert mij enorm. De omschakeling is zo snel dat de tegenstander geen tijd krijgt om adem te halen,” zei Cruijff, die vanwege het ‘jubileum van de ’14-jarige’ Cruyff Foundation als speciale gast aanschoof bij De Wereld Draait Door.


Evenmin wilde Cruijff Lionel Messi scharen bij het illustere rijtje Pelé, Maradona en zichzelf. Volens de legendarische nummer 14 konden hij, Pelé én Maradona een elftal dragen. ,,Kijk je naar Messi, dan is er een duidelijk verschil tussen de Messi bij Argentinië en bij Barcelona.”


Niettemin is Cruijff lyrisch over de lichtvoetige Argentijn. ,,Hij is een godsgeschenk voor de sport. Als je voetballers normaal als granieten blokken ziet en daar loopt zo’n jongetje tussen die door de hele wereld wordt geadoreerd, is dat natuurlijk schitterend. Hij speelt echt op de toppen van zijn kunnen.”


Cruijff blikte bij DWDD ook alvast kort vooruit naar zijn aanbevelingen, die hij namens het technische platform van Ajax deze week – waarschijnlijk dinsdag – aan directeur Rik van den Boog presenteert. ,,De boel functioneert niet bij Ajax. Laten we er iets aan doen.”


Op de website van NUsport gaat Cruijff wel dieper in op zijn aanbevelingen, zonder overigens het achterste van zijn tong te laten zien. ,,De filosofie die we ook bij de Foundation en de University hebben, is doorgevoerd in het rapport. Dat houdt in dat er zich veel topsporters met verstand van zaken mee bemoeid hebben. Er zijn enorm veel gesprekken gevoerd en er hebben enorm veel mensen meegewerkt. De hele voetbalafdeling, Frank Rijkaard, Marco van Basten, Piet Keizer, ik, Peter Boeve, Dick Schoenaker, Wim Jonk, Dennis Bergkamp, Tonnie Bruins Slot, Bryan Roy en weet ik veel wie nog meer. En dat is alleen nog maar het voetbal. We hebben overal onze informatie vandaan kunnen halen, ook over de organisatie, de medische tak, scouting, van alles. Er is een sportmanagementopleiding. Dus alles is voorhanden om een heleboel mensen te laten meedenken.”